Waarom bomen planten?

Ontdek waarom een boom planten veruit de meest efficiënte manier is van klimaatadaptatie en voor een betere leefomgeving.

Bomen vinden we in parken, tuinen, begraafplaatsen, sportvelden, speelterreinen, straten en lanen, pleinen,... Deze bomen leveren ook diensten, ecosysteemdiensten. Deze diensten zijn niet te onderschatten.

Bomen houden stof vast en absorberen bepaalde gassen. Ze brengen verkoeling en gaan hittestress tegen. Dit doen ze door jaarlijks honderden liters water te verdampen die de warmte van de omringende lucht opneemt. Door bomen aan te planten in dicht bebouwde gebieden kan je de natuurwaarde en recreatieve waarde in deze gebieden verhogen. Groen ferfraait de omgeving waardoor een dicht bebouwde omgeving aangenamer wordt om er te vertoeven. Bomen zorgen voor de beleving van natuur in de stad. Stadsbewoners komen in contact met bomen en kunnen genieten van de natuur in de stad. Uit wetenschappelijk onderzoek blijkt dat mensen fitter zijn in de buurt van groene plekken. Veel groen in de stad vermindert dus de dure gezondheidsuitgaven.

 

Fijn stof

Volwassen bomen filteren de lucht en dragen bij aan een gezonde omgeving. En dat is nodig, want door huishoudelijke verwarming, de uitstoot van bedrijven en het drukke verkeer is de luchtkwaliteit slecht en bevindt er zich veel fijn stof in de lucht.

Bomen leggen fijn stof vast op hun bladeren en schors. Bij een volgende regenbui spoelt dit fijn stof af naar de bodem. Hierdoor komt het fijn stof niet in onze longen terecht. Luchtfiltratie heeft een positief effect op het verminderen van luchtwegaandoeningen, allergieën en slaapstoornissen.

 

Door bomen aan te planten in stedelijke omgevingen verbeteren we de luchtkwaliteit.

 

Koolstofdioxide

Telkens wij ademhalen, ademen we zuurstof in en koolstofdioxine uit. Zuurstof is niet oneindig op onze planeet. Door voldoende bomen aan te planten kunnen we het tekort aan zuurstof aanvullen. Bomen ademen overdag stikstof in en zuurstof uit en zorgen dus voor de omzetting van CO2 naar zuurstof. Dit proces wordt fotosynthese genoemd.

Groene bladeren bezitten kleine bladmondjes waarmee ze koolstofdioxide opnemen uit de lucht. Als de zon op de bladeren schijnt, wordt in het blad koolstofdioxide en water omgezet in suikers en zuurstof. Suikers worden door een boom gebruikt om te groeien, maar zuurstof heeft een boom overdag niet nodig. Zuurstof verlaat het blad via de bladmondjes.

’s Nachts draait het hele proces om. Dan nemen bomen zuurstof op en ademen zij koolstofdioxide uit. Bomen gebruiken ’s nachts zuurstof om de opgeslagen suikers te kunnen verbranden en met de vrijgekomen energie kunnen ze groeien.

 

Door bomen aan te planten vullen we het tekort aan zuurstof aan.

 

Hitte-eilandeffect

De temperatuur in een stedelijke omgeving is gemiddeld hoger dan in het omliggende landelijke gebied. Dit fenomeen heet het hitte-eilandeffect.

De absorptie van zonlicht door de in de stad aanwezige donkere materialen en de relatief lage windsnelheden zijn de belangrijkste oorzaken van het hitte-eilandeffect. Door het hitte-eilandeffect worden problemen, zoals hittestress, tijdens langdurig warme perioden verergerd. Bomen zorgen voor schaduw en onderscheppen als het ware het zonlicht voordat het als warmte opgeslagen wordt in de versteende omgeving.

Omdat bomen het zonlicht onderscheppen, zetten bomen deze energie om in waterdamp. Door deze hogere luchtvochtigheid ontstaan er wolken die de straling van de zon terug reflecteren in de atmosfeer. Dit reflecterende vermogen wordt het albedo-effect genoemd en is cruciaal bij het afkoelen van onze planeet.

 

Door bomen aan te planten zorgen we voor de reflectie van zonnestralen, meer schaduw en een lagere temperatuur in verstedelijkt gebied.

 

Verdroging

In stedelijk gebied is de verwachte schade ten gevolge van klimaatverandering door droogte groter dan die door wateroverlast. Ondanks hevige regenbuien en de steeds weerkerende overstromingen wordt België steeds droger.  

Er zal steeds meer regen vallen in een korte tijd, terwijl de periodes van droogte steeds langer worden. Daarnaast zullen periodes met hogere temperaturen vaker voorkomen. Bij stijging van de temperatuur zal de verdamping in de stad toenemen. Als deze toenemende verdamping niet gecompenseerd wordt, leidt dit tot extra verdroging.

Het aanplanten van bomen in plantsoenen geeft schaduw op de onderbegroeiing. De bomen zelf hebben diepere wortels en kunnen zich van water voorzien. Er zijn boomsoorten die beter bestand zijn tegen droogte. Het is dus belangrijk om voor de juiste boomsoort te kiezen.

 

Door bomen aan te planten voorkomen we overmatige verdamping en creëren we koele plekken voor de stadsbewoners.

 

Biodiversiteit

Voor onze fauna en flora zijn bomen van levensbelang. Door bomen te planten, geven we vogels, vleermuizen en insecten nest- en schuilplaatsen. Zij zorgen er op hun beurt voor dat plaaginsecten worden bestreden.

Bomen leveren voedsel in de vorm van bessen voor vogels, bloemen met nectar voor insecten en bladeren voor de rupsen van prachtige vlinders.

Met de juiste boomsoort creëren we het juiste biotoop waardoor die ene bij of vlinder zich kan handhaven en voortplanten.

 

Door bomen aan te planten verhogen we de biodiversiteit in onze leefomgeving.

 

Gezondheid

Wonen en werken in een omgeving met veel bomen heeft een positieve uitwerking op mensen. Uit wetenschappelijk onderzoek is gebleken dat mensen zich beter voelen in een omgeving waar veel bomen staan.

Een bedrijf, gelegen is in een groene omgeving, kent minder absenteïsme. Meer groen verlaagt het stressniveau en verbetert de concentratie en de gemoedstoestand van werknemers. Bovendien nodigt een groene omgeving uit tot bewegen tijdens de pauze.

Bomen in de omgeving van een ziekenhuis versnellen het genezingsproces. Patiënten, die uitkijken op een groene omgeving, genezen sneller. De pijntolerantie wordt hoger. Hierdoor is er minder behoefte aan pijnstillers. Dit zorgt ervoor dat patiënten zich meer op hun gemak voelen, wat leidt tot een snellere genezing.

 

Door bomen aan te planten verlagen we stress op de werkvloer en versnellen we het genezingsproces van patiënten.

 

Geluid

Bomen kunnen afhankelijk van hun structuur het geluid enigszins reduceren. Een dichte wand met bomen heeft een beter effect op de demping van geluid. Een dichte bosrand van bomen en een onderbegroeiing van struiken bufferen het geluid tussen zones met geluidsoverlast (bv een industriezone of een autosnelweg) en woonzones.

 

Door bomen aan te planten dempen we geluidsoverlast in de woonomgeving.

 

Woningwaarde

Uit Nederlands onderzoek blijkt dat de waarde van een woning stijgt als er een mooie boom in de omgeving staat. Voor bestaande woningen stijgt de waarde met gemiddeld 10-15%. Bij nieuwe woningen is dit 20%. Mensen wonen nu eenmaal graag in een groene omgeving.

 

Door bomen aan te planten verhogen we de waarde van ons patrimonium.

 

Verkeer

Bomen kunnen gebruikt worden als verkeersgeleiders of -remmers waardoor er minder ongelukken gebeuren. Bomen leveren dus een positieve bijdrage aan de verkeersveiligheid. Bomen die strategisch geplaatst worden, duiden op gevaarlijke situaties en zorgen ervoor dat automobilisten alerter worden. Een goed geplaatste boom leidt tot 10% minder kans op ongelukken.

Niet alle onveilige verkeerssituaties kunnen opgelost worden door het aanplanten van bomen,  maar voor die situaties waarin bomen een bijdrage kunnen leveren aan de veiligheid, geldt dit als een zeer doeltreffende oplossing.

 

Door bomen aan te planten verminderen we de kans op ongelukken.